Wat kost een letselschade advocaat?

Even heel eerlijk: noch een letselschade advocaat noch een letselschade bureau is ‘gratis’. Dat staat weliswaar op bijna elke website maar het is onjuiste informatie.
De kosten rechtsbijstand (buitengerechtelijke kosten) worden betaald door de aansprakelijke partij. Dat staat namelijk in de wet. Wel moet de aansprakelijkheid vaststaan.


Buitengerechtelijke kosten zijn kosten die worden gemaakt om de schade vergoed te krijgen buiten een gerechtelijke procedure om. In de wet wordt dit omschreven als ‘redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte’ oftewel verkrijging van de schadevergoeding zonder dat er een rechter aan te pas komt. Denk daarbij aan de werkzaamheden van de advocaat: aansprakelijk stellen van de wederpartij en overige correspondentie met de wederpartij, besprekingen voeren met de cliënt, het verzamelen van bewijsstukken en het berekenen en vaststellen van de schade, onderhandelen met de wederpartij over de omvang van de schade en het betalen van voorschotten.


Het uurtarief van een letsel advocaat is hetzelfde als het uurtarief die letselschade bureaus in rekening brengen en varieert tussen de € 200 en € 250 per uur ex btw. Zelf hanteer ik twee tarieven: € 200 voor eenvoudige zaken en € 235 voor meer complexe zaken.

Overige kosten die de aansprakelijke partij moet betalen:

  • De medisch adviseur;
  • Expertisekosten voor het vaststellen van de autoschade;
  • Kosten rekenkundige voor het berekenen van uw verlies verdienvermogen;
  • Kosten van de arbeidsdeskundige die helpt bij re-integreren of omscholen;
  • Kosten medische expertise door een onafhankelijk arts.

Volgens de wet moeten kosten ter voorkoming of beperking van de schade worden vergoed. Denk daarbij aan medische kosten zoals kosten voor therapie, revalidatie of medische fitness. Deze kosten worden gemaakt ten behoeve van het herstel zodat de schade beperkt blijft. Deze kosten komen daarmee voor vergoeding in aanmerking.

Ook kosten ‘ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid’ moeten worden vergoed. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er een discussie ontstaat met de wederpartij over de medische causaliteit. De vraag of dit letsel een gevolg is van dat ongeval wordt dan voorgelegd aan een onafhankelijke arts die gespecialiseerd is op dat vakgebied. Dit heet een zogenaamde ‘medische expertise’. De kosten van die expertise moeten worden vergoed door de aansprakelijke partij, ook wanneer uiteindelijk komt vast te staan dat de medische causaliteit ontbreekt.

Zolang de kosten redelijk en noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de schade is de aansprakelijke partij wettelijk verplicht die kosten te vergoeden.

NOG GEEN AANSPRAKELIJKHEID ERKEND

Zolang de aansprakelijkheid nog niet vaststaat zijn er ook mogelijkheden:

  • Misschien komt u in aanmerking voor door de overheid gefinancierde rechtshulp (www.rechtsbijstand.nl/)
  • Misschien heeft u een rechtsbijstandverzekering. In geval van procederen betaalt de rechtsbijstandverzekering de advocaatkosten. U heeft namelijk vrije advocaatkeuze. (www.consumentenbond.nl)
  • Bij letselschade- en overlijdensschade wordt onder strikte voorwaarden ‘no cure no pay’ toegestaan. (*)
  • Er kan een vaste prijsafspraak worden gemaakt voor de werkzaamheden. Wordt aansprakelijkheid erkend dan worden de kosten rechtsbijstand alsnog verhaald op de aansprakelijke partij.

Er zijn kortom veel mogelijkheden. In het eerste oriënterende gesprek - dat echt gratis is – worden de mogelijkheden besproken. Tijdens dit gesprek wordt u uitgebreid geïnformeerd over de kansen, kosten en het beloop van het letselschade traject.

Proceskosten:

De meeste letselschaden worden ‘buiten rechte’, dus zonder dat een er een rechter aan te pas komt, geregeld met de aansprakelijke partij. Mochten partijen niet tot een vergelijk komen dan zijn verschillende procedures mogelijk. Welke procedure moet worden gevolgd is afhankelijk van de aard van het geschil. Een dagvaardingsprocedure of een kort geding kent meer proces-risico dan een verzoekschriftprocedure (zoals een voorlopig deskundigenbericht of een deelgeschil). Het is afhankelijk van het geschil welke procedure moet worden gevolgd.

Mocht een procedure noodzakelijk zijn dan wordt van te voren uitgebreid met u het risico en de kosten besproken alvorens het besluit wordt genomen te procederen.

(*) ‘No cure no pay’, ja of nee?

‘No cure no pay’ betekent dat de belangenbehartiger een percentage van de totale schadevergoeding ontvangt. Vaak gaat het om 15 tot 25 % van de totale schade. Stel u lijdt een verlies arbeidsvermogen van € 100.000 doordat u blijvend arbeidsongeschikt bent geworden. U betaalt dan van die schadevergoeding € 25.000 aan de belangenbehartiger. Is dat eerlijk? Nee. U kan namelijk ook de kosten rechtsbijstand (de zogenaamde buitengerechtelijke kosten) vergoed krijgen van de aansprakelijke partij. Uw belangenbehartiger hoeft daarvoor alleen maar zijn nota met urenspecificatie naar de aansprakelijke partij te sturen.
Stel u zou geholpen zijn met enkele aanpassingen in uw woning zodat u ook minder hulp nodig heeft van derden waardoor uw onafhankelijkheid wordt vergroot. Daardoor wordt de schade lager en daarmee verlaagt ook de schade uitkering. In geval van ‘no cure no pay’ valt de vergoeding aan de belangenbehartiger ook lager uit. De belangenbehartiger heeft dus geen belang bij de woningaanpassing en zal daar niet snel op aansturen. ‘No cure no pay’ veroorzaakt zodoende een perverse prikkel.


In Nederland mogen advocaten daarom niet werken op no cure no pay basis. Advocaten mogen namelijk geen belang hebben in de uitkomst van een zaak, anders zijn zij niet meer onafhankelijk.
Er is een tijdelijke uitzondering gemaakt voor letselschade- en overlijdensschade onder zeer strikte voorwaarden. Zie www.advocatenorde.nl/ Dit geldt voor cliënten die niet voor door de overheid gefinancierde rechtshulp in aanmerking komen maar ook de kosten van een advocaat niet kunnen betalen en daarmee ‘tussen de wal en het schip vallen’. Er wordt echter nauwelijks van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Dat is begrijpelijk. Het risico en daarmee de kosten rusten volledig op de advocaat wanneer uiteindelijk geen aansprakelijkheid vast komt te staan. Komt de aansprakelijkheid wel vast te staan dan kan de advocaat sowieso zijn werkzaamheden vergoed krijgen van de aansprakelijke partij.
Bepaalde letselschadebureaus werken wel op basis van ‘no cure no pay’. Zij nemen echter niet snel zaken aan waar de aansprakelijkheid dubieus is omdat men wil voorkomen veel werk te moeten verrichten zonder dat het resultaat geeft. De Letselschade Raad probeert middels het Keurmerk letselschade het gebruik van ‘no cure no pay’ terug te dringen.